|
Preventie van Lyme-borreliose en andere door teken overgebrachte ziekten |
|
De kans op tekenbeten kan worden verminderd door in de natuur op de paden te blijven en door het dragen van goed sluitende kleding, bijvoorbeeld een broek met lange pijpen, die in de sokken worden gestopt. Controleer het lichaam op teken, vooral nimfen, na een wandeling of kamperen in een natuurgebied. De kans dat een teek Borrelia burgdorferi overbrengt neemt toe met de duur die de teek vastzit in de huid. Zo snel mogelijk en op de juiste wijze verwijderen van een teek is dus belangrijk. Tot op heden is er geen wetenschappelijk onderzoek gedaan waaruit blijkt dat het zinvol is om na een tekenbeet antibiotica te gebruiken om Lyme-borreliose te voorkomen. Gezien de kleine kans op Lyme-borreliose na een tekenbeet wordt in Nederland een preventieve behandeling met antibiotica in het algemeen niet geadviseerd. In andere Europese landen wordt wel een preventieve behandeling gegeven nadat Borrelia Burgdorferi door een test in de verwijderde teek is aangetoond. Deze tekentest is bijvoorbeeld in Duitsland beschikbaar. In de VS wordt in endemische gebieden na een tekenbeet, ook zonder dat de teek getest is, een preventieve behandeling aangeboden. Vaccinatie tegen Lyme-borreliose is niet mogelijk en het valt ook niet te verwachten dat dit op korte termijn mogelijk wordt. Een Amerikaans Lymevaccin is om diverse redenen weer uit de handel genomen. Patiënten wordt geadviseerd altijd de datum van een tekenbeet te noteren, een eventuele huidreactie te fotograferen en bij het ontstaan van ziekteverschijnselen die kunnen passen bij Lyme-borreliose, deze onder de aandacht van de behandelend arts te brengen. |
|
|
Antimicrobiële therapie is de basis van de behandeling in alle stadia van de ziekte. Voor het bestaan van een postinfectieus syndroom (of het zogenaamde ‘Post Lyme syndroom’), waarbij verdere antimicrobiele behandeling niet zinvol zou zijn, bestaat naar mijn mening geen goede wetenschappelijke fundering. (Hierover is geen consensus). Door het ontbreken van een eenvoudig uitvoerbare en betrouwbare kweekmethode of andere betrouwbare tests is er geen “gouden standaard” voor de definitie van genezing of voor het vaststellen van het effect van behandeling. De behandeling is mede daarom individueel maatwerk en dient zich te baseren op het klinische verloop en dient rekening te houden met de complexe microbiologie van Bb, met name de cystenvorming. Bij latere stadia van de ziekte is een langere behandeling en herbehandeling bij recidieven aangewezen net als bij vergelijkbare chronische infecties zoals lues, tuberculose en lepra. (Hierover is geen consensus). Bij voorkeur dient een dergelijke behandeling door een gespecialiseerd team uitgevoerd te worden. De keuze en de toedieningswijze van het antibioticum en de duur van de behandeling zijn afhankelijk van de ziekteverschijnselen. Er zijn onder deskundigen uiteenlopende visies over de behandeling van Lyme-borreliose in de diverse stadia, die vooral verschillen ten aanzien van de dosering en duur van de behandeling. Ook wetenschappelijke publicaties zijn hierin niet eenduidig. De begin 2004 verschenen “Evidence-based guidelines for the management of Lyme disease” van The International Lyme and Associated Diseases Society (ILADS) biedt een grondig onderbouwde, genuanceerde en realistische richtlijn die recht doet aan de complexiteit van deze ziekte. Deze richtlijn valt naar mijn mening te prefereren boven de Nederlandse CBO-richtlijn, die uitgaat van een te simpel ziekte-concept. |
|
Het diagnostisch proces en de rol van serologisch onderzoek |
|
De diagnose van Lyme-borreliose is een klinische diagnose en dient gebaseerd te zijn op een uitgebreide anamnese en het zorgvuldig in kaart brengen van de klinische verschijnselen in samenhang met aanvullend onderzoek. In vele gevallen kan slechts een combinatie van gegevens tot de (waarschijnlijke) diagnose leiden.
Het aanvullend onderzoek omvat in de eerste plaats serologie van het serum naar diverse voorkomende Borrelia-stammen, eventueel aangevuld met onderzoek naar bacterie-DNA, onderzoek op co-infecties, liquoronderzoek, psychiatrisch onderzoek, neuropsychologisch onderzoek en diverse vormen van neuro-imaging (MRI, SPECT, PET).
Serologisch onderzoek is in Nederland het meest gebruikte onderzoek bij de diagnostiek van Lyme-borreliose. Het serologisch onderzoek kan nooit doorslaggevend zijn bij het uitsluiten van de diagnose. Dit geldt ook voor liquorserologie. Ook een positieve serologische test (m.n. IgG) is slechts een aanwijzing, maar geen bewijs van een actieve infectie met Borrelia burgdorferi. Bij de interpretatie van de test dient rekening gehouden te worden met de duur en de aard van de klachten. Aangezien de tests niet zijn gestandaardiseerd kunnen de testuitkomsten van verschillende laboratoria onderling aanzienlijk verschillen. Het in Nederland tot nu toe gebruikte tweestappen-protocol voor de serodiagnostiek (screening met ELISA en bevestigen met Western blot) voldoet niet. In de praktijk blijkt het tweestappen-protocol te veel (in sommige onderzoekingen tot 40%) valsnegatieven te geven en leidt daarom tot onderdiagnostiek. De Western blot (IgM en IgG) is naar mijn mening op dit moment de best bruikbare serologische test mits de juiste testkit en beoordelingscriteria worden gebruikt en de test in een kwaliteitslaboratorium en door ervaren personeel wordt uitgevoerd. Maar zelfs onder de beste omstandigheden is de Western Blot niet feilloos, alleen al omdat er in alle stadia van de ziekte sprake kan zijn van onvoldoende antilichaamproductie. (Over de waarde van serodiagnostiek en het tweestappen-protocol bestaat helaas geen consensus.) NB: Aanwezige antistoffen beschermen niet tegen een volgende infectie.
Naast serologisch onderzoek is het aantonen van de spirocheet in alle stadia van de ziekte door middel van een kweek/PCR in aangedane weefsels (huidbiopten, synovia, liquor) mogelijk, maar moeilijk en tijdrovend en het wordt slechts op enkele plaatsen in Nederland routinematig uitgevoerd. Voor goede serologie en PCR is men vooralsnog op het buitenland aangewezen. Voor de interpretatie van het serologisch onderzoek en andere aanvullende onderzoeken verwijs ik verder naar de protocollen elders op deze website. |
|
|
Naast de besmetting met diverse Borellia species kunnen ook andere infecties door een tekenbeet worden overgebracht (o.a. Babesia, Ehrlichia en Bartonella). Uit publicaties blijkt dat deze co-infecties in de VS regelmatig voorkomen. Klinisch ervaring van Europese specialisten op het gebied van Lyme en co-infecties en recente publicaties versterken het vermoeden dat co-infecties ook in Europa meer voorkomen dan eerder werd gedacht. Co-infectie kunnen gemakkelijk gemist worden als hier niet gericht op wordt getest. Het klinische beeld van deze co-infecties gaat grotendeels gepaard met dezelfde symptomen als die kunnen worden gezien bij chronische Lyme-borreliose. Verder is gebleken dat de aanwezigheid van deze infecties de genezing van borreliose kunnen bemoeilijken. Persisterende klachten na een behandeling voor Lyme-borreliose kunnen dus ook door onbehandelde co-infecties veroorzaakt worden. |
De symptomen checklist is een lijst met merendeels aspecifieke verschijnselen die vooral gezien worden bij subacute en chronische vormen van Lyme-borreliose, kan gebruikt worden bij de anamnese en bij het monitoren van de behandeling. Naarmate er meer van deze verschijnselen aanwezig zijn wordt het gewicht hiervan bij de differentiaaldiagnostiek groter. Aanwezigheid van meerdere van deze verschijnselen is een aanwijzing voor, maar zeker geen bewijs van Lyme-ziekte. Deze verschijnselen moeten altijd gewogen worden in de context van het totale beeld. |
|
|
|
|
<< Start < Vorige 1 2 Volgende > Einde >>
|
|
Pagina 1 van 2 |