LymeMed Nederland
Informatie over Lyme-borreliose voor medici
Ixodes ricinus
Ixodes ricinus is de meest voorkomende teek in Nederland. De teek ontwikkelt zich via een vervelling van larve tot nimf en vervolgens tot een volwassen teek. In dit laatste stadium kunnen mannetjes en vrouwtjes worden onderscheiden. Het is een zogenoemde drie gastheren teek, dat wil zeggen, dat hij in elk van zijn drie ontwikkelingsstadia een nieuwe gastheer zoekt. Bij de ene gastheer kan de teek met het bloed een ziekteverwekker opnemen en die vervolgens weer op de volgende gastheer overbrengen.
De beet van een teek is over het algemeen niet pijnlijk en wordt daardoor vaak niet opgemerkt. Besmetting van de eitjes en dus de larve komt slechts in een klein percentage voor. Waarschijnlijk zijn de nimfen het belangrijkst voor het overbrengen van ziekten op de mens. De nimf heeft al een keer bloed gezogen en kan daardoor besmet zijn met Borrelia burgdorferi. Daarbij komt dat de nimf erg klein is (± 1,5 mm), waardoor hij gemakkelijk over het hoofd wordt gezien.
Het vrouwtje (laatste stadium) valt door haar grootte veel beter op en zal dus snel worden ontdekt. Het mannetje zuigt geen bloed en speelt derhalve geen rol bij het overbrengen van ziekten. Niet alle teken zijn besmet met Borrelia burgdorferi. Het percentage besmette teken kan van plaats tot plaats en van jaar tot jaar sterk wisselen. Daarom zijn gegevens over het besmettingspercentage slechts van beperkte waarde. De kans op Lyme-borreliose is kleiner wanneer teken binnen 24 uur én op de juiste manier worden verwijderd.