|
De diagnose van Lyme-borreliose is een klinische diagnose en dient gebaseerd te zijn op een uitgebreide anamnese en het zorgvuldig in kaart brengen van de klinische verschijnselen in samenhang met aanvullend onderzoek. In vele gevallen kan slechts een combinatie van gegevens tot de (waarschijnlijke) diagnose leiden.
Het aanvullend onderzoek omvat in de eerste plaats serologie van het serum naar diverse voorkomende Borrelia-stammen, eventueel aangevuld met onderzoek naar bacterie-DNA, onderzoek op co-infecties, liquoronderzoek, psychiatrisch onderzoek, neuropsychologisch onderzoek en diverse vormen van neuro-imaging (MRI, SPECT, PET).
Serologisch onderzoek is in Nederland het meest gebruikte onderzoek bij de diagnostiek van Lyme-borreliose. Het serologisch onderzoek kan nooit doorslaggevend zijn bij het uitsluiten van de diagnose. Dit geldt ook voor liquorserologie. Ook een positieve serologische test (m.n. IgG) is slechts een aanwijzing, maar geen bewijs van een actieve infectie met Borrelia burgdorferi. Bij de interpretatie van de test dient rekening gehouden te worden met de duur en de aard van de klachten. Aangezien de tests niet zijn gestandaardiseerd kunnen de testuitkomsten van verschillende laboratoria onderling aanzienlijk verschillen. Het in Nederland tot nu toe gebruikte tweestappen-protocol voor de serodiagnostiek (screening met ELISA en bevestigen met Western blot) voldoet niet. In de praktijk blijkt het tweestappen-protocol te veel (in sommige onderzoekingen tot 40%) valsnegatieven te geven en leidt daarom tot onderdiagnostiek. De Western blot (IgM en IgG) is naar mijn mening op dit moment de best bruikbare serologische test mits de juiste testkit en beoordelingscriteria worden gebruikt en de test in een kwaliteitslaboratorium en door ervaren personeel wordt uitgevoerd. Maar zelfs onder de beste omstandigheden is de Western Blot niet feilloos, alleen al omdat er in alle stadia van de ziekte sprake kan zijn van onvoldoende antilichaamproductie. (Over de waarde van serodiagnostiek en het tweestappen-protocol bestaat helaas geen consensus.) NB: Aanwezige antistoffen beschermen niet tegen een volgende infectie.
Naast serologisch onderzoek is het aantonen van de spirocheet in alle stadia van de ziekte door middel van een kweek/PCR in aangedane weefsels (huidbiopten, synovia, liquor) mogelijk, maar moeilijk en tijdrovend en het wordt slechts op enkele plaatsen in Nederland routinematig uitgevoerd. Voor goede serologie en PCR is men vooralsnog op het buitenland aangewezen. Voor de interpretatie van het serologisch onderzoek en andere aanvullende onderzoeken verwijs ik verder naar de protocollen elders op deze website.
|