|
Antimicrobiële therapie is de basis van de behandeling in alle stadia van de ziekte. Voor het bestaan van een postinfectieus syndroom (of het zogenaamde ‘Post Lyme syndroom’), waarbij verdere antimicrobiele behandeling niet zinvol zou zijn, bestaat naar mijn mening geen goede wetenschappelijke fundering. (Hierover is geen consensus). Door het ontbreken van een eenvoudig uitvoerbare en betrouwbare kweekmethode of andere betrouwbare tests is er geen “gouden standaard” voor de definitie van genezing of voor het vaststellen van het effect van behandeling. De behandeling is mede daarom individueel maatwerk en dient zich te baseren op het klinische verloop en dient rekening te houden met de complexe microbiologie van Bb, met name de cystenvorming. Bij latere stadia van de ziekte is een langere behandeling en herbehandeling bij recidieven aangewezen net als bij vergelijkbare chronische infecties zoals lues, tuberculose en lepra. (Hierover is geen consensus). Bij voorkeur dient een dergelijke behandeling door een gespecialiseerd team uitgevoerd te worden. De keuze en de toedieningswijze van het antibioticum en de duur van de behandeling zijn afhankelijk van de ziekteverschijnselen. Er zijn onder deskundigen uiteenlopende visies over de behandeling van Lyme-borreliose in de diverse stadia, die vooral verschillen ten aanzien van de dosering en duur van de behandeling. Ook wetenschappelijke publicaties zijn hierin niet eenduidig. De begin 2004 verschenen “Evidence-based guidelines for the management of Lyme disease” van The International Lyme and Associated Diseases Society (ILADS) biedt een grondig onderbouwde, genuanceerde en realistische richtlijn die recht doet aan de complexiteit van deze ziekte. Deze richtlijn valt naar mijn mening te prefereren boven de Nederlandse CBO-richtlijn, die uitgaat van een te simpel ziekte-concept.
|